De recente lancering van het Google AI-winkelprotocol, officieel bekend als het Universal Commerce Protocol (UCP), heeft geleid tot een debat over de toekomst van digitale consumentenrechten. Google kadert deze nieuwe standaard als een manier om de manier waarop AI-agenten door producten bladeren en kopen te stroomlijnen. Het lijkt er echter op dat consumentenwaakhonden waarschuwingen uiten over ‘toezichtprijzen’. De kern van de controverse ligt in de vraag of deze AI-assistenten zullen fungeren als behulpzame personal shoppers of als geavanceerde instrumenten voor prijsmanipulatie.
Kort na de aankondiging uitte Lindsay Owens, uitvoerend directeur van de denktank Groundwork Collaborative, een krachtige waarschuwing. Ze stelt dat de routekaart van Google voor deze AI-agenten functies bevat voor ‘gepersonaliseerde upselling’. Dit zou kunnen leiden tot iets dat critici ‘surveillance pricing’ noemen.
De angst is dat terwijl je chat met een AI-assistent in Search of Gemini, het systeem je gegevens kan analyseren om te bepalen hoeveel je bereid bent te betalen. Dat creëert een potentiële dissonantie tussen wat je denkt dat AI doet en wat het daadwerkelijk doet. In plaats dat iedereen dezelfde prijs voor een paar sneakers ziet, kan de AI duurdere versies aanbevelen. Het zou aanbiedingen ook kunnen aanpassen op basis van uw persoonlijke winkelgewoonten en uw waargenomen budget, vreest Owens. Ze suggereert dat dit niveau van datatracking AI-assistenten zou kunnen veranderen in tools die de winst voor retailers maximaliseren in plaats van de beste deal voor u te vinden.
Het weerwoord van Google
Google heeft geen tijd verspild met het betwisten van deze claims. Het bedrijf verduidelijkte dat het protocol verkopers niet toestaat prijzen op Google weer te geven die hoger zijn dan wat op hun eigen websites staat vermeld. Volgens een woordvoerder van Google gaat de term ‘upselling’ in hun documentatie niet over te veel in rekening brengen. Het bedrijf beweert dat het gaat om het tonen van premiumopties aan gebruikers waar ze misschien wel de voorkeur aan geven. Dit gedrag is vergelijkbaar met wat u zou aantreffen bij een verkoopmedewerker in een fysieke winkel.
Google benadrukte ook zijn pilot ‘Direct Offers’. Het bedrijf legde uit dat deze functie strikt bedoeld is om lagere prijzen naar boven te halen. Dit omvat het tonen van exclusieve kortingen of gratis verzending wanneer een gebruiker op het punt staat een aankoop te doen. De technologiegigant beweert dat de uiteindelijke keuze altijd bij de consument blijft en dat zijn AI-agenten niet de mogelijkheid hebben om prijzen te manipuleren op basis van individuele chatgegevens.
Belangenverstrengeling?
Voor veel gebruikers is het idee van een AI-agent die de ‘vervelende’ taken uitvoert, zoals het vergelijken van prijzen en het beheren van kassa’s, ongelooflijk aantrekkelijk. Critici daarentegen zeggen dat er sprake is van een ingebouwd belangenconflict. Bedrijven als Google helpen ook de mensen die deze producten verkopen. Ze kunnen dus doen wat het beste is voor de partij die het meeste geld opbrengt.
Of het nieuwe protocol van Google een nuttige winkelgenoot wordt of een hulpmiddel voor datagestuurde verkooptactieken, valt nog te bezien. Voorlopig is de toon gezet voor een debat.